Suiker en zoetstoffen

Suiker en zoetstoffen

Vrijwel iedereen weet dat suiker slecht is voor je tanden. Toch eet de Nederlander gemiddeld circa 35 kilo suiker per jaar. Slechts een klein deel hiervan, zo’n 15%, doen we zelf in ons eten en drinken. De rest zit in zoete producten zoals jam en appelmoes, maar ook in ‘gewone’ producten als pizzasaus, mayonaise en doperwtjes uit de diepvries. De meeste mensen ontdekken dit pas, als ze het advies krijgen om hun suikergebruik te beperken of te stoppen. Dan zien ze dat op de etiketten staat dat fabrikanten vrijwel overal suiker in verwerken. De reden dat mensen het advies krijgen om hun suikergebruik te beperken is, dat suiker op veel  manieren schade aanricht aan de gezondheid.

  1. Suiker en vermoeidheid
  2. Suikergebruik en diabetes
  3. Suiker en het immuunsysteem
  4. Suiker en gedrag
  5. Suikers op etiketten
  6. Synthetische zoetstoffen

Suiker en vermoeidheid

“Mars geeft ons direct weer energie”; een bekende reclame slogan. Producten die veel suiker bevatten, zorgen er inderdaad voor dat onze bloedsuikergehalte snel stijgt en als de bloedsuikerspiegel te laag was, geeft dat kortstondig een energieker gevoel. Maar het lichaam ‘houdt’ niet van een bloedsuikerspiegel die plotseling omhoog schiet, daar is het van nature niet voor toegerust. Dat kan een lange tijd goed gaan, maar op een gegeven moment raken de systemen in het lichaam die alles in balans proberen te houden, uitgeput. Het hormoon insuline heeft als taak om de bloedsuikerspiegel te verlagen en bij dit hormoon staan vaak als eerste klachten als het lichaam het niet meer lukt al onze ongezonde eet- en leefgewoonten te compenseren.
Het lichaam begint met het nemen van noodmaatregelen tegen de hoge bloedsuikerspiegel door het aanmaken van een overmatige vorm van  insuline of door de cellen minder goed te laten luisteren naar insuline, zie het verhaal over insulineresistentie. Als het vaak voorkomt dat de bloedsuikerspiegel omhoog schiet, door consumptie van suiker, veel koolhydraten of door stress, dan gaat het lichaam steeds geprikkelder reageren op zo’n hoge bloedsuikerspiegel. Als het echt teveel is geworden dan gaat de alvleesklier steeds meer insuline aanmaken bij een bloedsuikerpiek. Op een gegeven moment schiet de bloedsuikerspiegel daardoor onder het normale, gemiddelde niveau. Als de bloedsuikerspiegel laag is, voelen we ons wat futloos en krijgen we weer trek in iets zoets! Zo ontstaat een vicieuze cirkel, die leidt tot steeds meer onbalans en dit kan gepaard gaan met veel vermoeidheidsklachten. Wil je meer weten over de gevolgen van een instabiele bloedsuikerspiegel? Lees ook hypoglycemie.

Suiker en diabetes

Diabetes heet in de spreektaal ook wel ‘suikerziekte’. Inmiddels is duidelijk dat niet alleen het gebruik van een overmatige hoeveelheid suiker tot diabetes (type II) kan leiden maar ook andere koolhydraatrijke producten het lichaam relatief zwaar kunnen belasten. Op deze website kunt u meerdere pagina’s vinden die over deze aandoening gaan, maar dit is een goede start: Diabetes, een groeiend probleem .

Suiker en het immuunsysteem

Suiker is een stof die remmend werkt op de activiteit van de witte bloedcellen. De witte bloedcellen zijn een essentieel onderdeel van het immuunsysteem. De activiteit van de witte bloedcellen kan zelfs halveren door het gebruik van suiker. Dus als je al ziek bent, vermijdt dan zeker het gebruik van suiker, zeker van witte geraffineerde suiker.
Geraffineerde suiker wordt gemaakt uit suikerbieten, die allerlei vitamines en mineralen bevatten. Om de suiker neutraal te laten smaken en lang houdbaar te maken, zijn o.a. de B-vitamines, calcium, zink en chroom uit de suikerbietenstroop gehaald. Deze stoffen zijn echter niet alleen ingrediënten van suikerbieten, maar ook belangrijk bij de vertering van suiker. Omdat het lichaam deze stoffen toch nodig heeft bij de vertering van suiker, haalt de spijsvertering deze voedingsstoffen elders uit het lichaam. Suiker wordt daarom ook wel de vitaminerover genoemd. Zink is bijvoorbeeld nodig om insuline aan te maken, maar het vervult ook een belangrijke rol in het immuunsysteem, wat daardoor ook minder goed gaat functioneren, het kan o.a. een rol spelen bij het ontstaan van allergieën.

Suiker en gedrag

Suiker is ook een stof die in verband wordt gebracht met allerlei gedragsproblemen. De één is er gevoeliger voor dan de ander, maar er zijn heel wat onderzoeken gedaan naar de effecten van suiker op gedrag, onder andere in gevangenissen. De belangrijkste maatregel was dat men suiker uit de voeding schrapte. De agressiviteit liep met ruim 40% terug door deze maatregel. Ook bij hyperactiviteit en ADHD wordt suiker veel genoemd, als factor die de symptomen veroorzaakt of verergert. Als er bij ADHD sprake is van overgevoeligheid voor voeding, dan is de ervaring van onderzoekers dat er overgevoeligheid bestaat voor meerdere voedingssoorten. Als je er dus voor kiest om suiker een tijd weg te laten uit de voeding en concludeert dat dit niet helpt, kan het zijn dat het alleen effectief is in combinatie met andere dieetmaatregelen. De reden dat suiker zoveel impact heeft op gedrag, is dat het – zoals hierboven al vermeld staat bij ‘suiker en het immuunsysteem’ – een probleem creëert met onder andere zinktekort en tekorten aan de B-vitamines, vooral vitamine B1. Deze stoffen zijn onder andere belangrijk voor het zenuwstelsel en het goed functioneren van de stresshormonen. Daarnaast laat overmatig suikergebruik dus de bloedsuikerspiegel stuiteren en vooral bij lage waardes van de bloedsuikerspiegel ontstaan vervelende gevoelens. Het snel nemen van een nieuw suikerrijk product of bijvoorbeeld een sigaret of drugs, lost dat vervelende gevoel op korte termijn op, maar de onbalans op de langere termijn wordt verergerd. Lees hier meer over de klachten die ontstaan bij een lage bloedsuikerspiegel, onder andere in de hersenen.

Suikers op etiketten

  • Suiker (ook basterdsuiker en kandij), glucose, sucrose, druivensuiker, dextrose en sacharose hebben allen een hoge glycemische index (deze loopt van 80 tot 100)
  • Rietsuiker bevat nog een heel klein beetje melassestroop wat de donkerder kleur veroorzaakt. Hierin zitten nog een heel klein beetje mineralen, maar verder verschilt het nauwelijks van witte suiker
  • Melassestroop of suikerbietenstroop ontstaat bij de fabricage van witte suiker. Het bevat wel mineralen, een aantal zouten, vezels en een beetje vitaminen, maar nog ruim 60% sucrose en is dus ontregelend voor de bloedsuikerspiegel.
  • Oersuiker bevat ook mineralen en andere voedingsstoffen, maar heeft een hoge glycemische index, dus door oersuiker te gebruiken in plaats van gewone suiker geeft nauwelijks minder verstoring van de bloedsuikerspiegel, de insulinehuishouding et cetera.
  • Honing bevat 10% water, 20% sucrose en 70% mix van fructose en glucose. Als in dat laatste deel fructose overheerst is de honing vloeibaarder, dan wanneer glucose overheerst. Daarnaast bevat het andere waardevolle voedingsstoffen, die echter verloren gaan bij temperaturen boven de 40 graden. Het heeft een relatief hoge glycemische index.
  • Fructose is vruchtensuiker. Het heeft een veel lagere glycemische index (circa 20) dan glucose en wordt daarom door mensen met problemen van de bloedsuikerspiegel meestal goed. verdragen, maar sommigen verdragen ook geen zoet fruit, dat relatief veel fructose bevat. Het geeft echter andere problemen, zie overgewicht.
  • Graanstroop of moutstroop bevat maltose. Dit is een verbinding tussen 2 moleculen glucose. Om deze moleculen te kunnen verteren is het enzym maltase nodig. Omdat veel mensen dit enzym maar beperkt aanmaken, kunnen mensen met problemen rond de bloedsuikerspiegel, graanstropen vaak redelijk tot goed verdragen. Als graanstropen langdurig gebruikt worden, kan het lichaam meer maltase gaan aanmaken, waardoor alsnog negatieve reacties gaan ontstaan door consumptie van graanstropen. Rijstmoutstroop, gerstmoutstroop en maismoutstroop behoren tot de graanstropen. In de meeste natuurvoedingswinkels kunt u deze moutstropen kopen.

Synthetische zoetstoffen

Hierbij kun je onderscheid maken tussen 2 groepen; de natuur-identieke voedingsstoffen en de zoetstoffen die in de natuur niet voorkomen. In beide groepen veroorzaken de meeste stoffen slechts een lage verhoging van de bloedsuikerspiegel (omdat ze weinig energie leveren). De smaak wordt door het lichaam echter geassocieerd met veel energie, dus de alvleesklier krijgt bij deze smaak wel het signaal om een stevige hoeveelheid insuline aan te maken. Als de energie die door het lichaam werd verwacht, niet op komt dagen, dan moet het lichaam de insuline weer af gaan breken. Dit kan op den duur de hormoonhuishouding behoorlijk ontregelen. Uiteindelijk leidt dit – bij mensen die hier gevoelig voor zijn – juist tot meer overgewicht dan het gebruik van echte suiker. Niemand is de gemiddelde persoon, dus onderzoeken die goed zijn uitgevoerd, kunnen best een andere uitkomst geven, maar let vooral op de reacties van je eigen lijf!

  • Sorbitol, maltitol, lactitol en xylitol behoren tot de eerste groep (ze eindigen allemaal op -ol). Het zijn stoffen die meestal chemisch zijn nagemaakt van natuurlijke stoffen. Ze hebben een geringe invloed op de bloedsuikerspiegel en hebben een vergelijkbare zoetkracht en aantal calorieën als gewone suiker. Ze behoren tot de polyolen. Bij het FODMAP dieet, wat wordt geadviseerd bij mensen met problemen van een prikkelbare darm, worden deze suikers vermeden of sterk beperkt. Ze veroorzaken bij deze mensen vaak klachten met kramp en een opgeblazen gevoel in de darmen.
  • Aspartaam is veruit de belangrijkste stof uit de tweede groep. Het heeft een veel grotere zoetkracht als suiker en zeer weinig calorieën. Het is daarom erg populair bij mensen die willen afvallen.  Het wordt steeds duidelijker dat zoetstoffen een vergelijkbare reactie ontlokt aan het lichaam als gewone suiker. Er komt een intens zoete smaak in je mond en daardoor ‘denkt’ de spijsvertering dat er veel energie aan komt. Met name insuline wordt daarom extra aangemaakt. Vervolgens komt er geen energie en moet het lichaam de insuline zien weg te werken. Dit is een belasting voor de alvleesklier en de rest van het hormonale systeem. Hormonen hebben namelijk veel onderlinge wisselwerkingen.
    Daarnaast zijn er twijfels over de veiligheid, maar zowel onderzoeken van de voorstanders als van de tegenstanders worden bekritiseerd. Eén ding is zeker: er zijn grote financiële belangen mee gemoeid en daarom is het zinnig om kritisch te kijken naar onderzoeken die betaald zijn door de voedingsindustrie, waarmee de veiligheid van aspartaam en andere synthetische voedingsstoffen zou zijn aangetoond. De tegenstanders van aspartaam noemen als grootste risico schade aan de hersenen.

Hier vindt u een link naar een informatief filmpje: over aspartaam op youtube