Praktijk voor Natuurgeneeskunde

De temperatuurtest

  1. Waarom een temperatuurtest?
  2. Uitvoering test
  3. Interpretatie van uitslagen
  4. Toelichting bij meting okseltemperatuur

Waarom een temperatuurtest?


De schildklier kan worden vergeleken met een thermostaat van een kachel. Het lichaam is dan de kachel. Door het meten van de lichaamstemperatuur, wil je vaststellen of de schildklierhormonen hun activiteit goed kunnen uitoefenen. Je kunt soms voldoende schildklierhormonen in je bloed hebben, maar dat wil niet zeggen dat ze hun werk goed kunnen doen, op de plek waar ze hun werk horen te doen, namelijk in de cellen van het lichaam. (Ze doen hun werk niet in het bloed en daarom zijn bloedtesten niet optimaal.)

Hoe doe je de temperatuur test?


Leg voor het slapengaan een thermometer klaar. Een kwik- of thermometer met alcohol geeft bij deze test een meer betrouwbare uitslag dan een digitale thermometer, omdat het bij een niet-digitale thermometer langer duurt voor de thermometer afgelezen kan/ moet worden. Een digitale thermometer geeft te snel een uitslag om de okseltemperatuur te kunnen meten. Een oorthermometer wordt nog minder betrouwbaar geacht.
Voor degenen die toch liever met een digitale thermometer werken en de rectale temperatuur willen meten kunnen hier vinden hoe de gevonden waarden bij een digitale meting genterpreteerd moeten worden.

Niet-digitale meting: Sla een niet-digitale thermometer 's avonds alvast naar beneden. Meet de volgende morgen, voordat je actief wordt en gaat opstaan, de lichaamstemperatuur door een niet-digitale thermometer 10 minuten onder de oksel te klemmen of een digitale thermometer tot het signaal komt dat de meting afgerond is. Beweeg zo min mogelijk, sta niet op uit bed, blijf rustig liggen.

Doe deze test op drie verschillende dagen. Menstruerende vrouwen kunnen de test, vanwege temperatuurschommelingen in hun maandelijkse periode, het beste doen op de tweede t/m vierde dag na het begin van hun menstruatie. Bij de eisprong wordt de basale temperatuur een graad hoger, dus men moet de meting minstens een week voor de eisprong doen.

Interpretatie gemeten temperaturen:


  • 36,6 - 36,8 C onder oksel: de schildklierhormonen werken goed
  • 36,1 - 36,6 C onder oksel: uw lichaamstemperatuur is matig verlaagd. Tussen de 36,4 en 36,6 C zijn er mogelijk milde klachten rond de functie van schildklierhormonen.
  • 3 x meting lager dan 36,4 C onder oksel; u heeft volgens de opvattingen van de natuurgeneeskundig artsen met 85% zekerheid een te lage activiteit van schildklierhormonen.
  • 2 x meting lager dan 36,4 C onder oksel n herkenning van diverse symptomen van lage activiteit schildklierhormonen: u heeft zeer waarschijnlijk een te lage activiteit van schildklierhormonen.
  • Tussen 35,8 en 36,1 C: als uw okseltemperatuur tussen de 35,8 en 36,1 C ligt, dan heeft u een duidelijk lage temperatuur en zeer grote kans dat uw schildklierhormonen niet goed functioneren.
  • Lager dan 35,8 C: als uw okseltemperatuur n of meer keren zelfs onder de 35,8 C ligt, dan zijn er zeer waarschijnlijk grote problemen met het functioneren van uw schildklierhormonen (en/ of andere sterke hormonale verstoringen).
  • Een hogere waarde dan 36,8: er kan sprake zijn van een te hoge activiteit van de schildklierhormonen. Let er daarbij wel op of u mogelijk koorts heeft. Dat verstoort een juiste bepaling van de activiteit van de schildklierhormonen. Een te hoge activiteit van schildklierhormonen is volgens natuurgeneeskundig artsen wel goed te ontdekken met bloedonderzoek.

    Toelichting bij meting okseltemperatuur


    De okseltemperatuur is moeilijker correct op te nemen dan de rectale temperatuur (in de anus).
    De okseltemperatuur wordt relatief snel benvloed door de temperatuur van de huid. Als je bijvoorbeeld een kwartiertje met je handen onder je hoofd hebt gelegen, dan kan dit resulteren in een koudere huid onder de oksel en dus een lagere temperatuur. Als je twijfels hebt bij de meting, neem dan ook de temperatuur rectaal op. Deze mag niet meer dan 0,7 graden hoger zijn dan de okseltemperatuur. Als dit wel het geval is, dan is de gemeten okseltemperatuur niet betrouwbaar en moet niet worden meegenomen in de beoordeling van de activiteit van de schildklierhormonen.
    Veel bewegen voor het meten van de (oksel)temperatuur geeft ook een onjuist beeld van de basale temperatuur, omdat beweging leidt tot een lichte verhoging van de lichaamstemperatuur. Als men in de vroege ochtend op moet staan om naar het toilet te gaan, dan is dit geen probleem als het toiletbezoek tenminste 1 uur voor de meting heeft plaatsgevonden.

    Veel reguliere artsen vinden opname van okseltemperatuur te onbetrouwbaar om bovengenoemde redenen. Maar de onderzoeken van Broda Barnes (grondlegger van deze methode) zijn allemaal gedaan op basis van de okseltemperatuur. De oksel ligt relatief dichtbij de schildklier. De resultaten van de onderzoeken van Barnes zijn relevant om tot een goede beoordeling te komen van de temperatuur in relatie tot het functioneren van schildklierhormonen.

    Verwante onderwerpen in deze website:

    De schildklier, oorzaken van afwijkingen en aanpak daarvan in de praktijk.
    Informatie over de laboratoriumwaarde van schildklierhormonen.
    Symptomen bij afwijkend functioneren van de schildklierhormonen

  • © Natuurgeneeskunde-praktijk.nl 2003 - 2017
    Deze website is een co-productie van Joop Letteboer (technische vormgeving) en Margreet Chardon (inhoud en styling). Margreet Chardon heeft de praktijk voor natuurgeneeskunde 'de Merel' in Utrecht opgericht. Op de teksten van deze website is het auteursrecht van toepassing. Voor alle op deze website vermelde informatie geldt de algemene disclaimer.

    eXTReMe Tracker
    Een CO2-neutrale website dankzij Protagonist